Grenzen

LABELS

Ik kreeg net van mijn vriendin een artikel uit de Guardian over een vrouw die pas op latere leeftijd de diagnose ADHD kreeg. Ze had jarenlang te kampen gehad met burnouts, angsten en depressies en niemand had de achterliggende oorzaak gevonden, omdat ADHD verondersteld werd vooral bij onhandelbare jongetjes te horen. Net als bij autisme is er pas recentelijk aandacht voor andere verschijningsvormen dan de mannelijke.

Dit geldt niet alleen als we kijken naar aandoeningen in het spectrum van de neurodiversiteit. Onze hele medische wetenschap (lichamelijk en geestelijk) is geënt op de gezonde, volwassen, blanke man. Kijk maar eens op de websites waar men mensen zoekt voor medisch onderzoek. Daar wordt nog altijd gevraagd om mannen, of hooguit vrouwen die al duidelijk de menopauze gepasseerd zijn. En aangezien ze ook nog gezond en niet te oud mogen zijn, kun je je voorstellen dat er maar weinig vrouwen overblijven die zich voor zoiets aan kunnen melden.

WETENSCHAP

Voor een onderzoek waarbij je duidelijke resultaten wilt zien is het vrouwelijk lichaam, met al haar hormonale schommelingen, te complex. Zo was het vroeger, zo is het nu nog steeds. Als we het anders zouden aanpakken, zouden de onderzoekskosten de pan uit rijzen of anders de resultaten nietszeggend worden. Dat de resultaten daardoor  betrekking hebben op een klein deel van de bevolking, is van minder belang.
In de praktijk betekent dit dat je je om medische zorg te krijgen op een of andere manier in de mannelijke structuur moet passen. Dat lukt niet iedereen. Natuurlijk zouden we ook kunnen proberen om minder begrenzende structuren te creëren met het risico dat we de chaos, die het leven nou eenmaal is, onder ogen moeten zien.

GRENZEN

Ik zag gister een lezing bij Het zoekend hert. Dr. Ward Kusters, een medicus, bezag de evolutie vanuit het perspectief van grenzen. Daarbij gaf een grens het organisme de mogelijkheid om opgebouwde meerwaarde te bewaren, die zonder grens weer in de chaos ten onder zou gaan. De meest elementaire grens was het celmembraan, daarna kreeg je de huid voor meercellige organismen, de clan voor groepen organismen en het volk of de staat voor mensen. Hij benadrukte vooral de functie van de grens in het behoud van meerwaarde en de mogelijkheid om afval naar buiten te werken en te houden. Er is echter ook een belangrijk ander aspect. Het membraan en de grens moeten selectief permeabel zijn, omdat het organisme voeding van buiten nodig heeft om te overleven. Daarbij moet het oppassen dat het de buitenwereld niet zodanig met haar troep vervuilt dat ze haar voedingsbodem vergiftigt.

MONO

Ik denk dat onze (patriarchale) samenleving nog altijd te veel gericht is op de binnenkant, de harmonie en eenheid die we nodig denken te hebben. Maar ik ben bang dat hoe meer we in staat zijn die eenheid te definieren, hoe meer mensen er buiten boord vallen.
Om weer terug te komen op de geneeskunde. De labels – de grens tussen de mens met een aandoening en die zonder – zijn aan het verschuiven. Ik zie op Twitter velen daar heel blij mee zijn, omdat ze eindelijk de diagnose krijgen die bij hen past. Zo blij dat ze de grenzen van het label gaan verdedigen en zich verzetten tegen mensen buiten de grens die denken ook iets te weten (ableism).
Zodra men ‘binnen’ is, wil men de grenzen verdedigen tegen de boze buitenwereld en wordt het wij tegen zij. Ik zou zo graag anders anders zijn, maar kan dat?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *