Wrijving

Een jongen van dertien zit, op dagen dat hij de school haalt, met een stevige kater in de les. Als de vader hierop aangesproken wordt zegt hij: ‘Ach, dat is een fase, daar groeit hij wel overheen. Je bent maar één keer jong.’

Wat is er anders aan de onmacht van deze tandarts als je die vergelijkt met de onmacht van de vluchteling die haar kinderen ’s avonds laat nog op straat laat spelen? Toch komt bij de vluchteling de politie aan de deur om haar haar kinderen af te nemen, bij de tandarts niet. Wie kan het de vluchteling dan kwalijk nemen als ze haar kinderen opjut om zich tegen de pleegouder te misdragen? Wie kan het de begeleider kwalijk nemen als hij het kind moet vastgrijpen of misschien wel opsluiten, omdat ze een gevaar wordt voor anderen en voor zichzelf? De jeugdzorg is een gloeiende plaat en ik wil als pleegmoeder graag wat druppeltjes ter afkoeling bijdragen, maar alle wrijving in onze maatschappij – tussen machthebber en machteloze, tussen rijk en arm, tussen allochtoon en autochtoon, tussen pro en anti, tussen ouder en puber, tussen man en vrouw – geven veel meer hitte dan de jeugdzorg ooit kan blussen.

Alleen als we als volwassenen leren onze conflicten op een rechtvaardige manier op te lossen, kunnen we onze kinderen tot voorbeeld zijn. Gewoon beginnen bij het begin: Luisteren! En niet alleen naar ons eigen gelijk.

Deel dit verhaal op social media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *